Begrippenlijst

A

Akte – Ondertekend geschrift dat als bewijs kan dienen.

Advocaat – Raadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat moet zijn ingeschreven bij de rechtbank en is ook lid van de Nederlandse Orde van Advocaten.

B

Beschikking – Een rechterlijke uitspraak in een civiele procedure die begint met een verzoekschrift. Ook: een besluit van een overheidsorgaan.

Betekening – Uitreiking van gerechtelijke stukken, zoals een dagvaarding, een oproeping of een vonnis, aan een verdachte of een getuige.

Bewijs – Een document of stuk dat een standpunt ondersteunt.

C

Civiel recht – Recht dat gaat over geschillen tussen burgers onderling, tussen bedrijven onderling of tussen burgers en bedrijven. Het civiel recht wordt ook burgerlijk recht of privaatrecht genoemd.

Comparitie van partijen – Partijen komen persoonlijk bij de rechter om informatie te geven.

Curator – Persoon die de rechtbank aanwijst om op te treden namens iemand die handelingsonbekwaam is (onder curatele is gesteld).

Conclusie van antwoord – Inhoudelijk verweer van gedaagde op de door de eisende partij uitgebrachte dagvaarding.

Conclusie van dupliek – Inhoudelijk verweer van gedaagde op de door de eisende partij ingediende conclusie van repliek.

Conclusie van repliek – Inhoudelijk verweer van eiser op de door de gedaagde ingediende conclusie van antwoord.

D

Dagvaarding – Oproep om voor het gerecht te verschijnen.

Deurwaarder – Ambtenaar die dagvaardingen en andere exploten uitbrengt en zorgt voor ontruimingen, inbeslagnemingen en executoriale verkopingen. Een deurwaarder kan ook optreden als proces- of rolgemachtigde en rechtsbijstand verlenen.

Deurwaardersexploot – Geschrift waarin de deurwaarder een vordering bekend maakt en dat aan een persoon wordt gegeven (betekend).

E

Eiser – Partij die de gerechtelijke procedure middels een dagvaarding laat aanvangen.

Exploot – Verzamelnaam voor officiële stukken die alleen een gerechtsdeurwaarder kan uit brengen, bijvoorbeeld een dagvaarding.

G

Gemachtigde – Procesvertegenwoordiger.

Gerecht – Rechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad.

Getuige – Persoon die in een gerechtelijke procedure een verklaring aflegt met betrekking tot feiten die bewezen moeten worden.

Griffie – Administratieve afdeling van een gerecht.

Griffierecht – Bedrag dat aan een gerecht moet worden betaald als men een civiele of bestuursrechtszaak start.

Gedaagde – In civiel recht: degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht. Tegenpartij van de eiser.

I

In gebreke – De betaaltermijn van een nota is verstreken waardoor de debiteur in verzuim is geraakt, dan wel u heeft de debiteur een redelijke termijn gegeven alsnog zijn verplichting na te komen.

K

Kantonrechter – Alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en civiele zaken onder de € 25.000,- behandelt.

Kort geding – Procedure om in een spoedeisende zaak snel een (voorlopige) beslissing van de rechtbank te krijgen.

P

Proceshandelingen – Alle mogelijke rechtshandelingen in een proces.

Proceskosten – Griffierechten en een deel van de werkelijk gemaakte kosten voor rechtsbijstand.

Proceskostenveroordeling – Bedrag dat de verliezende partij moet betalen aan de winnende partij. Het gaat dan om kosten die gemaakt zijn voor een advocaat en griffierechten.

Proces-verbaal – Schriftelijk verslag van wat op rechtszittingen aan de orde is gekomen.

R

Rol – Een lijst van zaken die op de rolzitting worden behandeld. Op die lijst staat ook welke stukken de partijen moeten uitwisselen.

Rolzitting – Soort zitting in civiele zaken. De rechter kijkt op die zitting op de procedures en regels in orde zijn. Ook worden stukken van de partijen uitgewisseld.

S

Schikking – Tussentijdse overeenkomst tussen partijen waarmee het conflict is opgelost, voordat de rechter een uitspraak heeft gedaan.

T

Tussenvonnis – Vonnis waarbij de rechter geen eindbeslissing geeft, maar bijvoorbeeld een bewijsopdracht of onderzoek beveelt.

V

Verstek – Niet verschijnen van de gedaagde of de verdachte op de rechtszitting.

Verstekvonnis – Veroordeling die wordt uitgesproken terwijl de gedaagde of verdachte niet op de zitting is.

Verweer – De verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure.

Verzet – Bezwaar tegen een uitspraak dat iemand kan indienen die bij verstek (afwezigheid) veroordeeld is.

Vonnis – Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding.

Voorlopige voorziening – Een voorlopige beslissing in spoedeisende zaken als voorschot op de eindbeslissing of als tijdelijke regeling tot de eindbeslissing er is. Bijvoorbeeld de voorlopige regeling bij wie de kinderen verblijven tijdens de behandeling van de echtscheidingsprocedure.